Naar hoofdinhoud

Toleranties en uitzicht (Eye Precision)

Het aantal eisen dat gesteld wordt aan gebouwen neemt steeds toe door nieuwe reglementeringen en de toenemende verwachtingen, niet alleen op functioneel maar ook op esthetisch vlak. Om betwistingen die betrekking hebben op de toleranties en het uitzicht van bouwwerken te vermijden, werd met de steun van de FOD Economie de Normen-Antenne ‘Toleranties en uitzicht’ (Eye Precision) opgericht. Die heeft als doel om de bouwprofessionelen zo goed mogelijk te informeren over de bestaande normen en beoordelingscriteria, alsook het helpen interpreteren en toepassen van deze normen in alle fasen van het bouwproces.

Normen

Bekijk de bouwnormen die gerelateerd zijn aan de Normen-Antenne 'Toleranties en uitzicht'.

Ga naar normen

Publicaties

Bekijk de publicaties die gerelateerd zijn aan de Normen-Antenne 'Toleranties en uitzicht'.

Ga naar publicaties

Toleranties in de bouw

In de norm NBN ISO 1803 wordt een tolerantie gedefinieerd als ‘een getal in absolute waarde en zonder teken dat het verschil tussen de bovengrens van een afmeting en de ondergrens ervan weergeeft’. In de praktijk blijken “toleranties in de bouw” net ietsje complexer te zijn. Het voornaamste is dat men zich ervan bewust is dat toleranties worden opgegeven om te kunnen voldoen aan bepaalde functionele eisen van een bouwwerk en om rekening te kunnen houden met een normale en aanvaardbare kost ervan. Een overschrijding van een tolerantie zal dus niet in alle gevallen tot een probleem of extra kosten leiden.

Vlakheidsmeting van een betegeling met een rechte, stijve lat. Mesure de la planéité d'un carrelage avec une latte droite et rigide.
Vlakheidsmeting van een betegeling met een rechte, stijve lat.

Waarom toleranties?

De bouwplannen of een 3D-model van een gebouw weerspiegelen de ideale toestand die men voor ogen had bij het ontwerp. Een rechte lijn is recht, de positie van een gevelopening is tot op de millimeter correct weergegeven en iedere aansluiting is perfect.

Bij de uitvoering wordt men geconfronteerd met de realiteit: er treden onvermijdelijk meetfouten en menselijke fouten op, bouwelementen vertonen een zeker dimensionale variabiliteit, kleuren durven nogal eens afwijken en ga zo maar door. Er worden dus afwijkingen in het bouwwerk geïnduceerd.

Anderzijds zijn er ook onvermijdelijke dimensionele veranderingen die optreden als gevolg van bewegingen en het veranderen van de grootte van materialen in reactie op veranderingen in de omgevingsomstandigheden. Hoewel het voor zich spreekt dat deze afwijkingen inherent zijn aan het bouwproces, wordt dit bij de beoordeling weleens uit het oog verloren.

Kortom, de werkelijk gebouwde situatie zal afwijken van de plannen of het model. Vooral wanneer men gefixeerd is op de perfectie van de plannen en modellen, geeft dit aanleiding tot teleurstelling en discussie.

Het is dan ook niet meer dan logisch dat er enkele normenreeksen voorhanden zijn waarmee:

  • de verwachte dimensionale variabiliteit beoordeeld en getoetst kan worden tijdens de ontwerpfase
  • de afmetingen van verbindingen vergeleken kunnen worden met de verwachte variabiliteit zodat functionele verbindingen worden bereikt
  • de nauwkeurigheidseisen, die de behoeften van het ontwerp weerspiegelen, duidelijk kunnen worden gespecificeerd voor de bouwfasen
  • de afmeting en vorm van de bouwelementen onderworpen kunnen worden aan de nodige controles en overeenkomstprocedures tijdens de fabricage, het uitzetten en de uitvoering.

Hierdoor kan men van bij het ontwerp rekening houden met de te verwachten toleranties. Dit komt meestal neer op het voorzien van de nodige speling of aanpassingsruimte in de voegen en verbindingen van het gebouw.

Toleranties in de praktijk

Ondanks het bestaan van deze normenreeksen, blijft “toleranties in de bouw” een zeer omvangrijk en moeilijk thema. Daar waar men voor bepaalde aspecten een jungle aan regelgeving of normen – die overigens uiteenlopende dingen kunnen zeggen - voorhanden heeft, dienen andere aspecten subjectief beoordeeld te worden door een gemis aan concrete criteria.

Contractuele documenten brengen ook niet altijd de gewenste duidelijkheid. Mogelijke probleemstellingen op de bouwplaats herleiden zich finaal dan ook vaak tot een beoordeling of er al dan niet (on)zorgvuldig werk werd geleverd op basis van één controle aan het einde van het bouwproces.

Zo’n controle moet uitgevoerd worden met een voldoende dosis gezond verstand. In de uitvoering van een bouwwerk – of het nu de fabricatie, de montage of de meting zelf betreft – heeft men immers één zekerheid: onnauwkeurigheden en onvolmaaktheden zullen optreden.

Men dient er van bij het ontwerp dan ook voor te zorgen dat het eisenpakket realistisch is, dat er rekening gehouden wordt met de dimensionale variabiliteit en dat de beoordelingsmethode aansluit bij de praktische uitvoering.

Daarnaast pleiten wij ervoor dat na de verschillende stadia van het bouwproces (de fabricage, het uitzetten en het stellen) deelcontroles uitgevoerd worden. Het heeft weinig zin om enkel het eindresultaat te beoordelen, zeker omdat het dan meestal te laat is om nog aanpassingen uit te voeren.

Bij beoordelingsmethoden voor het uitzicht van de werken moet men proberen om het subjectieve aandeel tot een minimum te beperken.

Het ‘stapelen’ van toleranties

Op de plaatsen waar bouwelementen samen komen kan het optellen van de individuele toleranties – die op zich beperkt kunnen lijken – snel tot grotere variaties leiden.

Hierbij is het louter mathematisch optellen van verschillende toleranties een weergave van het ‘worst-case-scenario’ (WCS). Wanneer we bijvoorbeeld wensen te bepalen welke voeg we dienen te voorzien tussen twee naast elkaar geplaatste geprefabriceerde betonwanden, zouden we de volgende toleranties kunnen aanwenden:

  • fabricagetolerantie op de dimensionele variatie van beide elementen;
  • plaatsingstolerantie op de uitlijning van de elementen.

De kans dat voor beide elementen deze toleranties maximaal zijn is gelukkig erg klein. Om de toleranties op een realistische wijze met elkaar te combineren, gaat men beter statistisch te werk bijvoorbeeld door de gecombineerde tolerantie gelijk te stellen aan de vierkantswortel van de som van de kwadraten van de toleranties:

de gecombineerde tolerantie | de onderling onafhankelijke toleranties

waarbij:

  • st = de gecombineerde tolerantie
  • si = de onderling onafhankelijke toleranties.

Voorzichtig met conclusies

Zeker in die gevallen waarbij de metingen met de grenzen van de betreffende tolerantie flirten, moet men uiterst voorzichtig zijn om voorbarige conclusies te trekken.

Geen enkele meting is 100% accuraat en is slechts een benadering van de werkelijke waarde. Aan de grenzen van een tolerantiegebied loont het dan ook de moeite om meerdere metingen te verrichten: een stelregel zegt dat men minstens drie metingen moet uitvoeren.

Als het aantal metingen beperkt is, kan zelfs een meetwaarde die de tolerantie overschrijdt toch binnen aanvaardbare grenzen vallen als men rekening houdt met de foutmarge van de meting.

Als er tijdens het bouwproces geen deelcontroles uitgevoerd werden, is het moeilijk om het eindresultaat te beoordelen wetende dat afwijkingen vroeger hadden kunnen opgemerkt en bijgestuurd worden. In zo’n gevallen moet men zorgvuldig de afweging maken tussen het eventuele functionaliteitsverlies, de esthetische ‘afwijking’ en de tijds- en economische winst die men maakte door geen deelcontroles uit te voeren.

Niet gevonden wat je zocht?

Heb je nog een vraag voor de Normen-Antenne 'Toleranties en uitzicht'?
We staan je graag bij om normen beter te begrijpen en toe te passen.